Sinterklaas en kerst

Waarom vieren Zevende-dags Adventisten Sinterklaas en Kerst?

E. Karg

Deze vraag is mij vaak gesteld. Ook door aanhangers van de zogenoemde ‘Joodse wortelsbeweging’ of in het Engels: ‘Hebrew Roots Movement.’ In principe verwijst deze benaming naar – vooral – christenen die de schoonheid van het Oude Testament, de ‘wortel’ van het Christelijk geloof, op één of andere manier willen benadrukken of zelfs naleven. Het antwoord aan hen heb ik hieronder opgeschreven.

Eerst even beter kennis maken.

Ik heb zeer goede en waardevolle vriendschappen met heel wat mensen die in een gemeente samenkomen die zou kunnen worden beschouwd als een die bij deze ‘beweging’ hoort. Ik moet zeggen dat ik het voor Zevende-dags Adventisten als een enorme zegen ervaar, omdat wij nu meer dan alleen de Zevende-dags Baptisten hebben die ons helpen het sabbatsgebod te promoten. Sterker nog: de aanhangers van de Joodse wortelsbeweging helpen ons ook bij het promoten van de oudtestamentische spijswetten, oudtestamentische tempeldiensten, en wellicht zeer verrassend: eindtijd onderwerpen.

Met vrienden ben ik ook weleens naar een bijeenkomst gegaan van zo’n gemeente. Het Hebreeuws domineert de dienst in bijvoorbeeld de zang, de gemeenschappelijke groet, en bij vlagen ook de preek. Er hangen her en der borden met teksten zoals bijvoorbeeld de Shema Yisrael, sinds enige eeuwen het dagelijks gebed van vrome Joden naar de woorden uit Deuteronomium 6:4. Wat ik ook opvallend vond is het feit dat verreweg de meeste kandidaat predikanten van de Joodse wortelsbeweging een verleden bij charismatische (pinkster)gemeenten hebben. Dit geldt zeker voor de groepen uit Amsterdam. Het vuur, de passie en ergens ook wel een vleugje fanatisme uit de charismatische kerken lijken te zijn meegenomen in de nieuwgevonden liefde van het herbeleven van het Oude Testament. De laatste 2 à 3 jaar ontdek ik onder Zevende-dags Adventisten dat zij, al dan niet geprikkeld door stukken op het internet vanuit deze kringen, de smaak voor een herbeleving van oudtestamentische riten goed te pakken hebben. Dit varieert dan van het willen vieren van de zeven Bijbelse feesten, tot aan zelfs (fysieke) besnijdenis bij enkele broeders.

Als Bijbelse wetenschapper met een voorliefde voor de Hebreeuwse taal en exegese van het Oude Testament ervaar ik het als een genot om in dialoog te gaan met deze anders gelovigen. Zo ontdek ik veel overeenkomsten qua geloofsopvatting met hen, maar zeker ook verschillen. Zo rond deze tijd komt dan bijvoorbeeld als gespreksonderwerp het al dan niet vieren van Sinterklaas en/of Kerst. De vrijwel jaarlijks terugkerende vraag was dan waarom Zevende-dags Adventisten de ‘heidense’ feesten van Sinterklaas en Kerst vieren. En elk jaar weer krijg ik zo’n beetje opnieuw de scholing waarom deze feesten een probleem zijn. Zeer kort samengevat komt het neer op de ‘heidense’ oorsprong van deze feesten. Bij Sinterklaas wordt dan snel een link gemaakt met Wodan, een oude man met witte baard, die op een wit paard genaamd ‘Sleipnir’ door de wolken rijdt en zwarte gedaantes (Pieten) als boodschappers naar de mensen gebruikt. Bij Kerst wordt gewezen op de heidense basis, de Mithras godsdienst en het vieren van de zonnewende.

Elk jaar weer moet ik dan een aantal dingen herhalen, maar dan met alle liefde en geduld.

Allereerst zijn er meer adventisten die deze feesten niet dan wel vieren (Sinterklaas wordt alleen in Nederland en de voormalige Nederlandse koloniën gevierd). Daarnaast zit er een denkpatroon achter deze vraagstelling dat ik problematisch vind: ‘ooit toegepast door heidense religies = nog steeds heidens.’

Deze zienswijze is problematisch. Feit is dat vrijwel alles wat wij nu doen, denken of toepassen, ooit eens door één van de honderden heidense religies in welk vorm dan ook is gebruikt. Of dacht men dat dansen, zingen, klappen, het gebruik van tamboerijnen en hoornblazers, iets authentiek joods/christelijk was? Bovendien komt zelfs het hele tempelritueel in het oude testament overeen met tempeldiensten uit heidense religies. De Maya’s, de Egyptenaren, de Babyloniërs, de Sumeriërs, de Indiërs, — je noemt het maar — hadden allemaal soortgelijke tempeldiensten. Dit is de reden waarom er Hebreeën 8:5 enige nuance wordt gebracht aan de vorm en praktijk van de tempeldienst: het zat op de derde niveau van gelijkheid met dat wat in de hemel was. Een (3) kopie, een (2) schaduw van wat (1) er in de hemel in werkelijkheid is. Dit is ook niet zo gek; een schaduw is een donkere vlek en dus moet je voor verdere vormgeving terugvallen op wat je al kent of hebt gezien bij anderen.

Dit zijn dan de minste zorgen voor wat betreft de stelling: ‘ooit heidens = nog steeds heidens.’ Het allergrootste probleem met zo’n zienswijze is de terminologie in de Hebreeuwse teksten zelf: er worden nogal veel woorden uit de oude, heidense Kanaänitische religie gebruikt! Het beste voorbeeld is één van de namen voor ‘God,’ de naam ‘El’, of in meervoud Elohim. El was de oppergod in het Kanaänitische pantheon. Samen met zijn vrouw Asjera regeerde hij de hemelse machten en de aarde. Nu wordt in de Hebreeuwse teksten deze ‘heidense’ naam El gebruikt om de ware God, de God van Abraham, Isaak en Jacob haast ontelbare keren aan te duiden. Maakt dit dan de Hebreeuwse teksten onbruikbaar? Wat dit mij vooral verteld is dat God er niet wakker van ligt waar de oorsprong van een naam, een gebruik (bijv. tempeldiensten) bij een aanbidding vandaan komt. Voor God lijkt een oorsprong van een gebruik of naam bij de aanbidding van niet-bestaande (af)goden niet baanbrekend, tenzij daar een gebod bij overtreden wordt (de Asjera-palen waren tegen het gebod van het maken en aanbidden van beelden van afgoden en diverse malen lezen we in de bijbel dat ze daarom moesten worden verwijderd).

Bij het kerstfeest zijn dan weliswaar gebruiken uit de zonnewende terug te zien, maar het idee erachter leent zich prima voor een moment om het evangelie te gedenken: bij de zonnewende beginnen de dagen langer te worden. Het aantal uren dat de zon schijnt neemt weer toe en de duisternis wordt teruggedrongen. Wanneer Christus geboren wordt, is dat ook de ommekeer van de duistere dagen sinds de zondeval. Simeon drukt deze ommekeer van duistere dagen van het mensdom uit in een loflied dat wij kennen als het Nunc dimittis, naar de woorden uit Lucas 2:29-32.

Nee, ik begrijp wel waarom christenen uit het verleden een dikke streep door de zonnewende-tradities hebben getrokken en deze verdrongen hebben met een logischere herinnering van het Ware licht dat de duisternis verdreven heeft: de geboorte van Christus, Jezus, onze Heer en Heiland.

Mijn vrienden van de Joodse Wortelsbeweging vonden mijn uitleg weinig bevredigend, maar onze vriendschap is er nooit door in het geding gekomen. We respecteren elkaar in onze overtuigingen en weten dat we elkaar harder nodig hebben voor de moeilijke tijd die voor ons ligt.

Leave a Reply

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *